Combinatie tussen EFT en Collaboratieve therapie

23-06-2016 - Erik van der Werve

Combinatie tussen EFT en Collaboratieve therapie

Dit is een vijfde blog uit de serie 'Welke relatietherapie past u?'. In deze serie blogartikelen onderzoek ik:

  1. Wat levert een vergelijking tussen de manier van werken en houding van een EFT relatietherapeut en die van een systeemtherapeut, die werkt vanuit een meer dialogische, oplossingsgerichte en narratieve benadering, op?
  2. Is er een combinatie mogelijk tussen beide manieren van denken en werken? Is het mogelijk een voorbeeld te beschrijven, waar de voordelen van EFT en collaboratief werken naar voren komen en de nadelen van beide manieren worden beperkt? 

In deze blog beschrijf ik of er een combinatie mogelijk is van technieken uit EFT en collaboratieve therapie. 

Wat werkt?

Er zijn verschillende combinaties te bedenken, maar wordt de muziek die therapeut en cliënten met elkaar spelen, dan nog wel mooi ?

Er zijn twee belangrijke aanwijzingen over wat kan werken bij het maken van een combinatie. De eerste aanwijzing wordt gegeven door Sjef de Vries (2007). Een tweede aanwijzing wordt geformuleerd door van Hennik, Hilewaere en Rijken (2015).

Theorie van verandering

In zijn boek ‘Wat werkt, de kern en de kracht van maatschappelijk werk’ geeft Sjef de Vries (2007) een overzicht van onderzoek wat de invloed is van verschillende factoren op de effectiviteit van psychotherapie. Hij geeft de volgende cijfers:

  • 40%-87% van de effectiviteit wordt beïnvloed door factoren die buiten de therapie liggen of door cliënt factoren. De Vries heeft het hier bijvoorbeeld over de veerkracht van een cliënt en diens hulpbronnen. Hebben cliënten een netwerk waar ze problemen mee kunnen delen, bijvoorbeeld.
  • 22%-30% van de effectiviteit van een therapie wordt beïnvloed door de therapeutische relatie die therapeut en cliënten met elkaar ontwikkelen.
  • 9%-20% van de effectiviteit wordt beïnvloed door factoren die buiten de therapie liggen, van de therapeut. Je kunt hier denken aan het zijn van een goede of slechte therapeut, of bijvoorbeeld factoren buiten de therapie, waardoor hij onder stress staat, of juist ontspannen door het leven gaat.
  • 4%-15% van de effectiviteit wordt beïnvloed door placebo effecten, bijvoorbeeld de hoop dat je met therapie iets aan je problemen kunt doen.
  • 1%-15% van de effectiviteit wordt beïnvloed door het gekozen therapiemodel.

Betekenis van de cijfers

Wat we in de cijfers terug zien is dat de therapeutische relatie, het zijn van een goede therapeut, en de hoop en verwachtingen van de therapie bij de cliënt, de uitkomst van therapie meer beïnvloeden, dan de gehanteerde methode.

Verder geeft de Vries (2007) aan dat er niet zozeer een ‘fit’ of match moet zijn tussen de diagnose wat er mis is en de methode, maar dat er een ‘fit’ of ‘match’ moet zijn tussen de cliënt en zijn therapie. Meer specifiek, hoe de methode van therapie beter past bij de theorie van verandering, die een cliënt, over zichzelf en de wereld heeft.

Als we kijken naar de combinatie tussen EFT en de collaboratieve benadering, lijkt welke rol en methode het beste past bij de theorie van verandering van de cliënt zelf, een hoopvolle uitkomst te bieden. Past bij cliënten een meer klassieke vorm van therapie, geeft hen dat meer hoop, dan zou een benadering met EFT meer passend zijn en zou deze keuze op een positieve manier, de hoopvolle verwachting en de therapeutische relatie op een positieve manier beïnvloeden. Bij cliënten die meer gaan voor een vrijere benadering, kan een collaboratieve benadering beter passen bij de theorie van verandering. Hier zou deze keuze dan op een positieve manier, ook de hoopvolle verwachting en de therapeutische relatie positief beïnvloeden.

FITS

Van Hennik, Hillewaere en Rijken (2015) hebben een handleiding geschreven voor hun manier van werken: FITS. FITS staat voor Feedback Informed Therapy within Systems. Tijdens een traject van vijftien sessies, wordt er vijf keer met cliënten? geëvalueerd. In deze vorm van therapie wordt voortdurend terugkoppeling over de effecten van de therapie en de samenwerkingsrelaties gegeven?. Daarmee leren niet alleen cliënten iets in de therapie die geboden wordt, ook de therapeut komt in een lerende en reflecterende positie.

De evaluaties met cliënten worden op audio opgenomen. De therapeut evalueert zichzelf twee keer, met behulp van de methode Coördinating Management of Meaning (bijvoorbeeld CMM Solutions, Pearce, Sostrin & Pearce, 2011). Door dit zo te doen, neemt de therapeut ook de rol van onderzoeker op zich, onderzoeker van de therapie die hij zelf geeft. De therapeut koppelt deze resultaten ook terug tijdens een volgende evaluatie. Hiermee maakt hij inzichtelijk wat hij doet en waarom hij het doet.

Bij FITS wordt niet alleen gekeken of de aanpak past bij de theorie van verandering van cliënten. De therapeut leert ook van de samenwerking met zijn cliënten. Daarmee worden de factoren van de therapeutische relatie, het zijn van een goede therapeut, hoopvolle verwachting en keuze van therapiemodel, op een positieve wijze beïnvloed.

Samengenomen

Bij een combinatie van EFT en collaboratieve therapie lijkt het een goed idee te taxeren, wat de theorie van verandering is bij cliënten. Afhankelijk hiervan kan een therapeut een combinatie kiezen, waar aan de ene kant meer elementen voorkomen uit EFT of uit collaboratieve therapie.

Ook lijkt verstandig dat de therapeut steeds de effecten van therapie en hoe de samenwerkingsrelatie verloopt, blijft onderzoeken tijdens het gehele traject. De therapeut komt daarmee in een lerende positie en kan zodoende inzichtelijker maken wat hij doet, voor zichzelf en zijn cliënten.

Bron: 

  • Pearce, B., Sostrin, J. & Pearce, K. (2011). CMM Solutions, field guide for consultants. San Bernardino: Pearce, Sostrin en Pearce. 

  • Vries de, S (2007). Wat werkt? De kern en de kracht van maatschappelijk werk. Amsterdam: uitgeverij SWP.