Collaboratieve therapie

16-06-2016 - Erik van der Werve

Collaboratieve Therapie

Dit is een derde blog uit de serie 'Welke relatietherapie past u?'. In deze serie blogartikelen onderzoek ik:

  1. Wat levert een vergelijking tussen de manier van werken en houding van een EFT relatietherapeut en die van een systeemtherapeut, die werkt vanuit een meer dialogische, oplossingsgerichte en narratieve benadering, op?
  2. Is er een combinatie mogelijk tussen beide manieren van denken en werken? Is het mogelijk een voorbeeld te beschrijven, waar de voordelen van EFT en collaboratief werken naar voren komen en de nadelen van beide manieren worden beperkt? 

In deze blog beschrijf ik wat cliënt kan verwachten bij een collaboratieve relatietherapeut. 

 

Nederland

In Nederland heeft collaboreren, of collaboratieve een negatieve weerklank. In de tweede wereldoorlog werden mensen die samenwerkten en heulden met de Duitsers betiteld als collaborateurs. In andere landen, bijvoorbeeld België, heeft collaboratieve of collaboreren niet deze negatieve weerklank. Daar heeft het de oorspronkelijke betekenis van samenwerken. Om aan te sluiten bij de internationale literatuur, blijf ik hier de term collaboratieve gebruiken, in de oorspronkelijke betekenis van samenwerken. 

Perspectief op samenwerken en taal

Een op samenwerken en taal georiënteerde benadering neemt een meer postmodern perspectief in. Hier neemt de therapeut een niet-wetende houding aan , ten opzichte van kennis (Anderson & Gehart, 2007b). Dat betekent dat een therapeut op voorhand geen kennis kan hebben, over wat er aan de hand is bij cliënten, zoals bij EFT wel het geval is.

Bij een niet wetende houding van de therapeut, is de cliënt expert in zijn of haar leven. De cliënt is wat dat gedeelte betreft een leraar voor de therapeut. De therapeut is niet algemeen niet-wetend. Hij heeft kennis over in welke context een therapeutisch gesprek plaats kan vinden. Ook worden er werkvormen en gesprekken bedacht, echter hier wordt kennis eerder beschouwd als een metafoor die kan werken bij cliënten, in een bepaalde situatie. Het is geen beschrijving van de werkelijkheid. De ‘kennis’ kan ingeruild worden voor een metafoor die beter werkt.

Rol en houding van de therapeut

De rol en houding van een therapeut bij een op samenwerken en op taal gerichte benadering, wordt gezien als iemand die het interactieve proces, om te komen tot een dialoog, vergemakkelijkt (Anderson & Gehart, 2007a). Hierbij helpt het als de therapeut (Anderson & Gehart, 2007a):

  • luistert, hoort en spreekt met respect,
  • luistert, hoort en spreekt als iemand die aan het leren is,
  • luistert, hoort en spreekt om de cliënt te begrijpen,
  • luistert, hoort en spreekt met zorg voor cliënten,
  • luistert, hoort en spreekt op een natuurlijke manier.

De therapeut spreekt met zijn cliënten, zoals de therapeut zelf ook graag benaderd zou willen worden.

Hieronder volgen metaforen die kunnen helpen bij therapie met een perspectief gericht op samenwerken en taal.

Oplossingsgerichte therapie

Bij de oplossingsgerichte therapie creëren therapeut en cliënten samen oplossingen richting de gewenste toekomst van de cliënten (Jong & Berg, 2004). Bij de oplossingsgerichte therapie zijn er een aantal gesprekstechnieken, die daarbij helpen:

  1. de Wondervraag, vragen over waaraan cliënten het zouden merken als het probleem geheel verdwenen zou zijn.
  2. Vragen naar uitzonderingen, als het probleem zich niet voordoet.
  3. Stellen van schaalvragen, hoever cliënten al zijn richting gewenste toekomst.
  4. Feedback geven.
  5. Geven van complimenten.

Verder biedt de oplossingsgerichte therapie ook een manier van kijken naar de werkrelatie tussen cliënten en therapeut:

  • Bezoekerstypische relatie, therapeut en cliënten hebben geen overeenstemming over wat het probleem is en hoe cliënten onderdeel zijn van de oplossing.
  • Klaagtypische relatie, therapeut en cliënten hebben overeenstemming over wat zij zien als probleem, maar hebben geen overeenstemming hoe de cliënten onderdeel kunnen zijn van een oplossing.
  • Klant typische relatie, therapeut en cliënten hebben overeenstemming over wat het probleem is en hoe cliënten onderdeel kunnen zijn van een oplossing.

Narratieve therapie

In zijn laatste boek ‘Narratieve therapie in de praktijk, verhalen die werken’ geeft Michael White (2009) een overzicht van zes soorten gesprekken, die cliënten verder kunnen helpen:

  1. Externaliserende gesprekken, het doel is het blootleggen van de aard van het probleem, de werkwijze en de bedoelingen en activiteiten die daarachter schuil gaan.
  2. Re-autoriserende gesprekken zijn bedoeld om mensen aan de hand van bijzondere gebeurtenissen, of uitzonderingen, uit te nodigen om alternatieve verhaallijnen te ontwikkelen ten opzichte van  hun probleemverhaal.
  3. Re-membering gesprekken zijn bedoeld om cliënten uit te nodigen actief nieuwe banden aan te knopen met belangrijke personen uit hun geschiedenis. De gedachte is dat een identiteit niet zozeer gevormd wordt door een kernzelf, maar voortkomt uit de relaties en banden met belangrijke anderen. Door het probleemverhaal zijn deze banden vaak naar de achtergrond geraakt en zijn mensen vervreemd geraakt van deze belangrijke anderen.
  4. Definitionele ceremonies, ook wel outsider- witness gesprekken genoemd. In deze gesprekken erkennen getuigen het levensverhaal van mensen, in plaats van hen te degraderen als gebrekkig, incompetent.
  5. Gesprekken die unieke resultaten naar boven halen. Deze gesprekken helpen mensen om afwijkende gebeurtenissen in hun leven betekenis te geven.
  6. Scaffolding gesprekken helpen cliënten om de kloof tussen wat hun bekend en vertrouwd is, naar wat ze te weten zouden kunnen komen over hun leven, stap voor stap te overbruggen.

White (2009) ziet de rol van de therapeut als die van een onderzoeksjournalist. Een onderzoeksjournalist is wel betrokken, politiek niet neutraal, lost geen problemen op, voert geen hervormingen door en gaat geen directe machtsstrijd aan.

Collaboratieve therapie samengevat

Bij collaboratieve therapie is de opvatting over de rol van de therapeut dathij gezien wordt als iemand die de interactie en de dialoog tussen cliënten en therapeut, faciliteert. Dit doet de therapeut op een natuurlijke manier. Afhankelijk van de situatie bij cliënten, kan de therapeut kiezen voor een benadering om te focussen op gewenst gedrag, een gewenste toekomst (oplossingsgerichte therapie), of om op een andere manier betekenissen te geven (narratieve therapie). Veelal zal het een combinatie van beiden zijn.

Postmodern perspectief Collaboratieve therapie

De therapeut die vanuit een postmodern perspectief werkt neemt opvoorhand niet een standpunt in dat hij de realiteit tussen partners in een relatie en tussen hem en partners, kan kennen. Vanuit chaos en onzekerheid werken cliënten en therapeut, naar de doelen van de cliënten toe. Daarmee nemen therapeuten met een collaboratieve werkwijze, een postmodern perspectief in.

Bronnen:

  • Anderson, H.& Gehart, D. (Eds.)(2007a). Hoofdstuk 3: Dialoque: People creating meaning with each other and finding ways to go on. In: Collaborative Therapy. Relationships and conversations that make a difference (pp33-41). New York: Routledge.

  • Anderson, H.& Gehart, D. (Eds.)(2007b). Hoofdstuk 4: The heart and soul of collaborative therapy: the philosophical stance- a way of being in relationship and conversation. In: Collaborative Therapy. Relationships and conversations that make a difference (pp43-59). New York: Routledge. 

  • Jong de, P. & Berg, I.K. (2004). De kracht van oplossingen, handwijzer voor oplossingsgerichte gesprektherapie. Amsterdam: Harcourt Assessment BV. 

  • White, M. (2009). Narratieve therapie in de praktijk, verhalen die werken. Amsterdam: Hogrefe uitgevers.