Oplossingsgerichte therapie: focus verleggen

26-03-2018 - Erik van der Werve

Oplossingsgerichte therapie: focus verleggen

Oplossingsgerichte therapie begint op een andere manier. Bij veel vormen van therapie gaat de therapeut vaak eerst het probleem verkennen en taxeren,  beschrijven en omschrijven. Dit met de achterliggende gedachte dat je als therapeut een probleem pas echt kunt oplossen, als je precies weet wat het probleem is en hoe het in elkaar zit. Bij oplossingsgerichte therapie beginnen therapeut en cliënt met het beschrijven en omschrijven van de gewenste eindsituatie, de gewenste toekomst. Waarom begint oplossingsgerichte therapie niet met een probleemanalyse?

Kantelmodel

Oplossingsgericht werken hanteert een kantelmodel. Het nu volgende filmpje (met dank aan Coert Visser en Youtube) maakt duidelijk hoe oplossingsgericht werken een situatie kantelt van een probleemsituatie, naar een situatie richting gewenste toekomst.

 

Als je een situatie als een probleem ervaart, focus je je op wat het probleem is. In je verleden kijk je terug wanneer het probleem begonnen is, je toekomst ervaar je als een gevreesde toekomst . Als je (als cliënt of therapeut) focust op het probleem, focus je op de gevreesde toekomst.

Als je je afvraagt hoe je wilt dat je situatie wordt, verschuift je focus naar een gewenste situatie. Dan zie je de huidige situatie niet als een probleem, maar als aan station  in de richting van de door jou gewenste situatie. Je kunt dan in je verleden zien wanneer het verlangen naar de gewenste situatie ontstaan is. Je kunt ook zien wat je tot op heden hebt gedaan om stapjes te zetten richting je gewenste situatie. Tevens kun je gaan bedenken wat volgende stapjes richting je gewenste situatie kunnen zijn.

Oplossingsgerichte therapie verandert niet zozeer een situatie, ze verlegt je focus van probleem naar gewenste toekomst. Wat is de werking hiervan?

Werking

Bij veel andere vormen van therapie gaat de therapeut eerst het probleem verkennen en taxeren. Het idee hier achter is dat de therapeut, door zijn kennis en ervaring, expert is in het oplossen van problemen, waarvoor de cliënt komt. De client wordt daarmee tegelijkertijd niet-expert.

Deze rolverdeling heeft nogal vervelende bijwerkingen. De expert gaat hard aan het werk in de therapie en de niet-expert wacht tot hij de oplossing van de expert er is. De cliënt gaat wachten op de therapeut. Dat is iets wat je niet graag wilt tijdens therapie.

Welke samen-werking helpt cliënt en therapeut wel hierbij?

Samenwerking

Een relatie tussen een expert en niet-expert is geen gelijkwaardige relatie. De expert gaat de relatie met zijn kennis overheersen. In het beste geval gaat de niet-expert weerstand bieden, omdat hij of zij ook zelf iets te vertellen wil hebben. Wat helpt dan wel?

Een samenwerkingsrelatie tussen twee gelijkwaardige gesprekspartners, voorkomt dat de één op de ander gaat wachten tijdens therapiegesprekken. Hoe ziet een dergelijke relatie eruit?

Relatie

Een meer gelijkwaardige relatie tussen therapeut en cliënt ontstaat er als de therapeut een positie van niet-weten inneemt. Een therapeut heeft kennis over verandering en veranderingsprocessen, een therapeut kan niet weten hoe de problemen werken in het leven van deze cliënt, in deze situatie.

Vanuit de positie van niet- weten, is het voor een therapeut veel makkelijker allerlei vragen te stellen die passen bij de situatie en positie van een cliënt.

Vragen stellen

In de oplossingsgerichte therapie heeft men 3 vragen ontwikkeld die cliënten helpen in de richting van de door hen gewenste toekomst:

  1. de Wondervraag, vragen over waaraan cliënten het zouden merken als het probleem geheel verdwenen zou zijn.
  2. Vragen naar uitzonderingen, als het probleem zich niet voordoet.
  3. Stellen van schaalvragen, hoever cliënten al zijn richting gewenste toekomst.

Met alleen vragen stellen komt een therapeut er niet. Het is soms een klacht van cliënten, dat een therapeut een vraag altijd met een wedervraag beantwoordt. Wat helpt verder?

Verder helpt...

Verder helpt het als een therapeuten aan cliënten feedback geeft over hoe hij* hen ervaart, in welke positie zij zitten. Ook helpt het als hij complimenten geeft aan cliënten over hun veerkracht, over eigenschappen die het makkelijker maken een stap te zetten, richting hun gewenste toekomst.

Conclusie

Bij oplossingsgerichte therapie verleggen cliënten hun focus van probleem naar gewenste situatie en toekomst. Daarbij helpt het als de therapeut een positie van niet-weten inneemt. De Wondervraag, het vragen naar uitzonderingen en het stellen van schaalvragen helpen cliënten naar hen gewenste toekomst. Verder helpt het als een therapeut complimenten geeft over de veerkracht van cliënten en feedback geeft.

*NB Ik spreek bij de therapeut over zijn cliënten en gebruik het woord hij. Dit heb ik gedaan vanwege de eenvoud van lezen.  De therapeut kan net zo goed een vrouw zijn.

Ik vind het leuk te merken als je dit bericht interessant vindt, of als je reageert.